Op deze page een heldere uitleg over hulpmiddelen zoals verpleegkundige instrumenten en methodieken.

Mail Opsteker als je waardevolle hulpmiddelen mist op de site!

Verpleegkundige instrumenten


Uitleg SMART doelen stellen

Een goed geformuleerd SMART doel heeft een hoge kans van slagen. Met de criteria waar SMART voor staat kun je toetsen of doelstellingen haalbaar en zinvol zijn. Bij een goed geformuleerd SMART doel is het voor ieder duidelijk welke concrete activiteiten tot het behalen van het doel leiden.

SMART staat voor:
S: Specifiek
M: Meetbaar
A: Acceptabel
R: Realistisch
T: Tijdsgebonden


Oefenen

De patiënt kan zelfstandig uit bed en zichzelf wassen.

Omdat dit doel niet SMART geformuleerd is, kun je niet met zekerheid zeggen of het doel haalbaar en betekenisvol is. Laten we dit doel als voorbeeld volgens de SMART criteria formuleren.

Deze vragen kunnen je helpen om te bepalen of een doel aan een SMART criteria voldoet.

Specifiek
1. Wat is het doel dat je wilt bereiken? 
2. Wie is er bij het doel betrokken? 
3. Wanneer vind het doel plaats? 
4. Waarom wil je dit doel bereiken?

Meetbaar
Op welke wijze ga je vaststellen dat je het doel gehaald hebt?

Acceptabel
Wie moet precies wat doen om het doel te halen en kan hij dat ook?

Realistisch (Relevant)
1. Zijn de benodigde inspanningen aanvaardbaar?
2. Is het resultaat voor iemand van betekenis?
3. Beschik je over de benodigde middelen en omstandigheden?

Tijdgebonden
Op welk moment (termijn/datum/tijdstip) moet je welk resultaat behaald hebben?


Voorbeeld

Specifiek
1. De patiënt kan zelfstandig uit bed en kan zichzelf wassen.
2. Ik en de patiënt.
3. Elke ochtend bij het wekken.
4. Het is voor het herstel en de zelfredzaamheid van de patiënt belangrijk van bed te komen en zichzelf te kunnen wassen.

Meetbaar
Als de patiënt gedurende zijn opname elke ochtend zelfstandig uit bed kan komen en zich kan wassen is het doel gehaald.

Acceptabel
Ik moet de patiënt overtuigen van het belang van zijn zelfredzaamheid en  helpen bij het bevorderen ervan. Ik ben bekwaam om deze taak te verzorgen.

Realistisch (Relevant)
1. Ja, de nodige inspanningen voor het behalen van het doel zijn aanvaardbaar.
2. Ja, voor de patiënt.
3. Ja, ik beschik over de benodigde tijd, ruimte, middelen en omstandigheden.

Tijdgebonden
Over 9 dagen is de patiënt instaat zelfstandig uit bed te komen en zichzelf zonder hulp te wassen.

Het is de kunst de antwoorden op deze vragen te bundelen in een geformuleerd SMART doel:
De zorgvrager is binnen 5 dagen instaat om voor 09:00 zelfstandig uit bed te komen en zich te wassen.


Opsteker Download Uitleg SMART doelen stellen


Uitleg RUMBA formuleren

RUMBA betreft net als SMART, een instrument om verpleegdoelen te controleren op haalbaarheid. Het verschil is dat SMART ook helpt om de verpleegdoelen te formuleren en RUMBA dit niet doet. RUMBA helpt alleen bij het controleren van de haalbaarheid van een PES geformuleerd doel en dus niet bij de doel-formulering opzich.

RUMBA staat voor:
R: Relevant (Van belang)
U: Understandable (Begrijpelijk)
M: Measurable (Meetbaar)
B: Behavioral (Gedrag)
A: Attainable (Haalbaar)


Oefenen

Deze vragen kunnen je helpen om te bepalen wat de haalbaarheid van een PES doel is:

Relevant (Van belang)
Zijn er genoeg betrokkenen die belang hebben in het te behalen doel?
Wat is de actuele waarde van het PES doel?

Understandable (Begrijpelijk)
Verstaan alle betrokkenen hetzelfde onder het geformuleerde doel?
Hebben alle betrokkenen hetzelfde doel voor ogen?

Measurable (Meetbaar)
Op wat voor objectieve wijze kan vastgesteld worden dat het doel behaald is?
Binnen welk tijdbestek wil je het doel behaald hebben?

Behavioral (Gedrag)
Wat voor zichtbare verandering brengt het behaalde doel teweeg?

Attainable (Haalbaar)
Beschik je over de juiste middelen en kennis om het gestelde doel te bereiken?
Beschik je over voldoende motivatie om het doel te behalen?


Voorbeeld

De basis van een RUMBA formulering is een PES verpleegprobleem. We nemen het volgende PES probleem als voorbeeld.

Probleem
Wat is het probleem volgens jouw verpleegkundige observatie?
De patiënt kan zichzelf moeilijk staand wassen omdat zij bang is om te vallen.
Wat voor klachten heeft de patiënt?
De patiënt heeft angst- en pijnklachten ten gevolge van een eerdere val.
Wat voor beperkingen leveren die klachten voor de patiënt op?
Verlies van autonomie, mobiliteit en energie ten gevolge van spanning.

Ethiek
Welke oorzaken van het probleem neem je waar?
De patiënt ondervind pijnklachten en spanning bij het staan.
Welke samenhangende factoren zijn van invloed?
De angst en pijnklachten ten gevolge van haar eerdere val maken het staan moeizaam. 

Symptomen
Welke symptomen neem je waar?
Angst en pijnklachten
Wat voor gevolgen hebben de oorzaken van de patiënt?
Verlies van autonomie, mobiliteit en energie ten gevolge van spanning.
Hoe reageert de patiënt op de problematiek?
Boos, ten gevolge van verlies autonomie en verdrietig ten gevolge van oplopende spanning.

Dit PES probleem gaan we vervolgens toetsen op haalbaarheid aan de hand van het RUMBA instrument.

Relevant (Van belang)
Zijn er genoeg betrokkenen die belang hebben in het te behalen doel?
Wat is de actuele waarde van het PES-doel?
Wanneer dit probleem blijft voortbestaan loopt de patiënt verhoogd risico op somatische complicaties ten gevolge van vallen. Werken aan dit doel kent daarom een preventief belang.

Understandable (Begrijpelijk)
Verstaan alle betrokkenen hetzelfde onder het geformuleerde doel?
Ja, zowel de patient als de verpleegkundige verstaan hetzelfde onder het doel.
Hebben alle betrokkenen hetzelfde doel voor ogen?
Ja, zowel de patient als de verpleegkundige hebben herstel autonomie voor ogen.

Measurable (Meetbaar)
Op wat voor objectieve wijze kan vastgesteld worden dat het doel behaald is?
Wanneer de patiënt zich zichtbaar zonder sprake van angst of pijnklachten staand kan wassen.
Binnen welk tijdbestek wil je het doel behaald hebben?
Drie weken, voor (fictieve datum)

Behavioral (Gedrag)
Wat voor zichtbare verandering brengt het behaalde doel teweeg?
Herstel autonomie, persoonlijke hygiëne en toename in energie door verdwijnen spannings- en pijnklachten.

Attainable (Haalbaar)
Beschik je over de juiste middelen en kennis om het gestelde doel te bereiken?
Ja, namelijk kennis over het herstel van de opgelopen valblessure en kunnen coachen om de aanwezige angst terug te dringen.
Beschik je over voldoende motivatie om het doel te behalen?
Ja, het herstel van de autonomie is van groot belang voor deze patiënt. Het stelt de patiënt instaat zich te verzorgen naar eigen wens en tevredenheid met uitzicht op ontslag naar huis.


Opsteker Download Uitleg RUMBA formuleren


Uitleg PES formuleren

De PES criteria helpen je om tot een juiste formulering van een verpleeg-probleem te komen. Bij een goed geformuleerd probleem is het makkelijker om tot een haalbaar en zinvol SMART doel te komen. PES helpt je ook om het probleem volledig te overzien waardoor je geen interventies over het hoofd ziet.

PES staat voor:
P: Probleem
E: Ethiologie
S: Symptoom


Oefenen

De patiënt heeft doorlig-plekken omdat hij teveel op bed ligt.

Omdat dit probleem niet PES geformuleerd is, kun je niet met zekerheid zeggen welke interventie je het beste kan treffen om de doorligplekken te behandelen. Laten we dit probleem als voorbeeld volgens de PES criteria formuleren.

Deze vragen kunnen je helpen om tot objectieve PES criteria te komen.

Probleem
1. Wat is het probleem volgens jouw verpleegkundige observatie?
2. Wat voor klachten heeft de patiënt?
3. Wat voor beperkingen leveren die klachten voor de patiënt op?

Ethiologie
1. Welke oorzaken van het probleem neem je waar?
2. Welke samenhangende factoren zijn van invloed?

Symptomen
1. Welke symptomen neem je waar?
2. Wat voor gevolgen hebben de oorzaken voor de patiënt?
3. Hoe reageert de patiënt op de problematiek?


Voorbeeld

Probleem
De patiënt heeft doorlig-plekken.
De patiënt geeft aan pijn aan zijn stuit te hebben.

Ethiologie
Dhr ligt gem. 18 uur per dag op bed.
Dhr heeft een  slechte voedsel-intake.
Dhr heeft een dunne huid door gebruik corticosteroïden.
Dhr is elke nacht incontinent van urine.

Symptoom
Een vervelling met roodheid midden op de rug.
Een paars-rode open wond op de stuit.
Verharding van de huid op de stuit.

Objectieve observaties zijn belangrijk voor een goede PES formulering. ” .. omdat hij teveel op bed ligt “ is niet objectief. Laat de formulering vrij van je eigen invulling. Het vermelden van oorzaken van observaties mag, maar alleen als je zeker bent dat de oorzaak klopt. (Zie bijvoorbeeld ” een dunne huid door gebruik corticosteroïden “).


Opsteker Download Uitleg PES criteria formuleren


Uitleg STAR reflecteren

De STAR reflectie helpt je om objectief te reflecteren. Objectieve reflecties maken het effect van je interventies inzichtelijk. Met deze kennis is het makkelijker om je interventies te optimaliseren.

STAR staat voor:
S: Situatie
T: Taak
A: Activiteiten
R: Resultaat/Reflectie


Oefenen

Deze vragen kunnen je helpen om tot een objectieve STAR reflectie te komen.

Situatie
Wat speelde er?
(De beknopte situatie-beschrijving)

Taak
Wat waren je taken/verantwoordelijkheden?
(Jou rol in deze situatie)

Activiteiten
Wat heb je concreet gezegd of gedaan?
(Jou handelen in deze situatie)

Resultaat / Reflectie
Wat gebeurde er daarna?
(De beknopte reflectie en leeropbrengst van deze situatie)


Voorbeeld

Situatie
De patiënt zegt dat ik zijn telefoon heb kwijt gemaakt bij het opruimen van zijn kamer.

Taak
Als verpleegkundige draag ik zorg voor een gezond en prettig leefmilieu van de patiënt.

Activiteiten
Ik heb het bed opgemaakt, kleding opgevouwen en op een stoel gelegd. Toen de patiënt uit de douche kwam heb ik hem hiervan op de hoogte gesteld.

Resultaat/Reflectie
Bij het aankleden kon de patiënt zijn telefoon niet vinden. De patiënt maakte een boze indruk op mij en zei dat ik zijn telefoon had kwijt gemaakt bij het opruimen van zijn kamer.

Een volgende keer deel ik de patiënt van te voren mede dat ik zijn kamer ga opruimen. Hierdoor stel ik hem in gelegenheid zijn eigendommen op te bergen. De patiënt is dan mede-verantwoordelijk wanneer spullen kwijt zijn na het opruimen.


Opsteker Download Uitleg STAR reflecteren


Uitleg SOAP rapporteren

De SOAP methode helpt je bij het objectief rapporteren. Objectief overdragen is bevorderlijk voor veilige zorg. Bij een goede objectieve verslaglegging behoud je collega de vrijheid om zijn eigen conclusie te trekken. Voor een goede toepassing zijn twee punten belangrijk:

  • SOAP werkt alleen als iedereen die over het probleem rapporteert SOAP toepast.
  • Bij het rapporteren van een proces in SOAP is het belangrijk dat er één persoon coördinerend is in het proces. Dit is meestal de persoon die het eerst over het probleem heeft gerapporteerd.

SOAP staat voor:
S: Subjectief
O: Objectief
A: Analyse
P: Plan


Oefenen

Deze vragen kunnen je helpen om tot een goede SOAP formulering te komen:
Subjectief
Op wat voor manier uit de cliënt zijn probleembeleving?
(Wat zegt hij? Wat voor geluiden of bewegingen maakt hij? etc.)

Objectief
Wat is jouw observatie van de situatie?
Hoe ervaar jij de problematiek van de cliënt?

Analyse
Welke conclusie trek je op basis van je subjectieve en objectieve informatie?

Plan
Wat voor interventie ga je treffen op basis van je subjectieve, objectieve en analytische informatie?
Op wat voor manier ga je je interventie treffen?

Attentiepunt
Het kan zijn dat je merkt dat je interventies niet effectief zijn. Het is dan goed om een nieuwe SOAP rapportage te maken op basis van je bevindingen. Hiermee kom je mogelijk tot een passendere interventie.


Voorbeeld

Subjectief
Ik ben boos omdat ik met de lunch geen derde boterham krijg.

Objectief
De cliënt eet zijn broodmaaltijd snel op.

Analyse
De cliënt is momenteel in een manische toestand en laat een beperkte mate aan zelfbeheersing zien. Eet als gevolg mogelijk snel meer dan goed voor hem is waardoor hij misselijk zou kunnen worden.

Plan
Ik zal de cliënt uitleggen dat het in zijn actuele toestand beter is niet meer te eten dan normaal. Hierbij biedt ik de cliënt aan hem hierbij te helpen om te voorkomen dat hij later misselijk wordt.


Opsteker Download Uitleg SOAP rapporteren

Verpleegkundige Methodieken


Uitleg Gordon Anamnese

Een anamnese volgens (Marjory) Gordon schetst een zo volledig mogelijk beeld van de algehele gezondheid van de patiënt. Majory was overtuigd dat een zorgvraag zelden op zichzelf staat, maar vaak een combinatie van zorgvragen betreft.

Voorbeeld 
Een huidaandoening is cosmetisch derma-tologisch te verhelpen, maar heeft mogelijk somatisch een slechte voedings-toestand als oorzaak. Het verhelpen van de aandoening vraagt soms om zowel een dermatologisch als een voedings-deskundige behandeling.

Een Gordon anamnese gaat uit van 11 verschillende gezondheids-categorieën (patronen) waarmee de zorgvragen opzich maar ook de invloed van de zorgvragen op elkaar in kaart worden gebracht.

Een Gordon anamnese besteed ook aandacht aan hoe de patiënt zijn zorg-vragen zelf beleefd. De gezondheids-beleving van de patiënt is namelijk bepalend voor de ernst van de zorgvraag en soms ook de wijze van behandelen.


Wijze van gebruik

Bij een Gordon-anamnese neemt de verpleegkundige van 11 gezondheids-patronen een serie vragen af bij de patiënt. De vragen zijn erop gericht de zorgvragen van de patiënt in kaart te brengen, de invloed van de zorgvragen op elkaar en hoe de patiënt de zorgvragen beleefd. Het doel van deze anamnese is om een volledig behandelbeleid te ontwikkelen.
 
Bij deze per patroon drie voorbeeldvragen.
1. Gezondheidsbeleving en instandhouding
– Hoe zou u uw dagelijkse gangbare gezondheid omschrijven?
– Wat zou u als uw grootste beperking of zorgvraag noemen?
– Wat is uw ervaring met het opvolgen van doktersadvies of voorschriften?

2. Voeding/stofwisseling
– Hoe ziet uw dagelijkse vocht en voedings-intake eruit?
– Hoe stabiel bent u op gewicht?
– Ondervind u problemen met eten of drinken?

3. Uitscheidingspatroon
– Hoe regelmatig heeft u ontlasting?
– In wat voor mate is er bij u sprake van transpiratie?
– Ondervind u problemen met de stoelgang?

4. Activiteiten
– Hoe ziet uw dagelijkse lichamelijke beweging eruit?
– Bij welke dagelijkse handelingen ondervindt u problemen?
– In hoeverre kunt u voorzien in uw eigen ADL?

5. Slaap/rust
– Hoeveel uur slaapt u gemiddeld per nacht?
– Hoe zou u uw slaapbehoefte omschrijven?
– Heeft u (medicinale) hulp nodig om in slaap te komen?

6. Cognitie
– Hoe zou u de kwaliteit van uw zintuigelijke waarneming omschrijven?
– Ondervind u weleens problemen ten gevolge van geheugenverlies?
– In hoeverre lukt het u om nieuwe vaardigheden aan te leren?

7. Zelfbeleving
– Hoe zou u uw eigen lichamelijke en mentale conditie omschrijven?
– Hoe zou u zichzelf omschrijven?
– Hoe zou u uw levenskwaliteit omschrijven?

8. Rollen/relaties
– Hoe ziet uw actuele gezinssituatie eruit?
– Heeft uw ziekzijn nog gevolgen voor de thuissituatie?
– Wie is uw eerste aanspreekpunt?

9. Seksualiteit/voortplanting
– Bent u seksueel actief?
– Zijn er ziekte(gevolgen) van invloed op het vervullen van uw seksuele behoefte?
– Ondervind u problemen bij het vervullen van uw seksuele behoefte?

10. Stressverwerking
– Wat zijn grote levensgebeurtenissen geweest in uw leven?
– Hebben zich recent grote levensgebeurtenissen voorgedaan in uw leven?
– Hoe reageert u op en gaat u om met stressvolle situaties?

11. Waarden/geloofsovertuiging
– Leeft u volgens een geloofsovertuiging?
– Kent uw dag religieuze tradities of andere uitingen van religie?
– Wilt u gebruik maken van geestelijke verzorging tijdens uw opname?


Voorbeeld

Een Oegandese vrouw heeft een BMI van 30, er is sprake van Obesitas. Volgens de westelijke wetenschap heeft een vrouw met dit BMI een vergrote kans op o.a. hart en vaatziekten en Diabetes. Volgens de vrouw en de cultuur waarin zij leeft, is deze BMI een teken van welvaart en vruchtbaarheid met een bijhorende hoge levensstandaard.

Kortom, hoewel de westelijke wetenschap in Gordon spreekt van een zorgvraag op het stofwisselingspatroon (2 van 11), beleeft de Oegandese vrouw dit zelf anders op het zelfbelevingspatroon (7 van 11). Volgens Gordon zwakt deze combinatie de zorgvraag Obesitas af.


Uitleg OREM Anamnese

Bij de methodiek van (Dorothea) Orem wordt de mate van gezondheid bepaald door de mate waarin de patiënt kan voorzien in zijn zelfzorg. In tegenstelling tot de methodiek van Gordon, gaat Orem uit van de afwezigheid van gezondheid i.p.v. de aanwezigheid van ziekte.

Methodieken zoals Gordon of SAMPC kunnen zwart/wit zijn in het definiëren van in hoeverre de patiënt gezond is. De methodiek van Orem is holistischer ingesteld en daarom genuanceerder over in hoeverre een patiënt gezond is.

Bij sprake van een chronische aandoening, spreekt Gordon van een verpleegprobleem. Orem brengt dit verpleegprobleem in kaart, maar laat de ernst ervan bepalen door de wijze waarin de patiënt zelf zorg kan dragen voor dit probleem.


Wijze van gebruik

Deze meer rehabiliterende visie op gezondheid, denkt genuanceerder over wanneer iemand gezond is. Zo formuleert Orem ook bij patiënten met een chronische aandoening een mate van gezondheid, gebaseerd op zijn mate van zelfstandigheid.

 

De visie op gezondheid van Orem is ten opzichte van andere methodieken meer rehabiliterend en gericht op het bevorderen en in standhouden van de zelfstandigheid van de patiënt.

De rehabiliterende visie is ook bepalend voor de definitie van gezond zijn. Orem zegt: Je bent gezond wanneer je zelf zorg kunt dragen voor het bevorderen en in standhouden van je gezondheid. Gordon zegt: Je bent gezond wanneer je vrij bent van ziekteverschijnselen.

De Orem anamnese wordt in de praktijk vooral gebruikt ter aanvulling op de Gordon-anamnese, om ook de instandhouding van autonomie van de patiënt te bevorderen.


Voorbeeld

Bij opname krijgt Wilma de diagnose Diabetes. Een verpleegdoel van Orem zou zijn: “ Mw. bekwaam maken in het zelf monitoren van haar bloedsuiker en het toedienen van insuline. “ Een verpleegdoel van Gordon zou zijn: “ Mw. instellen op een juiste dosering insuline om de negatieve lichamelijke gevolgen van haar Diabetes te beperken. “


Uitleg SAMPC Anamnese

SAMPC is een afkorting voor de categorieën die in deze anamnese aanbod komen:
– SOMATIEK
– ADL
– Maatschappelijk
– Psychisch
– Communicatie

In tegenstelling tot de methodiek van Gordon, Orem of Nanda, gaat SAMPC niet uit van een bijzondere achterliggende filosofie op zorg.

(Marjory) Gordon gaat er bijvoorbeeld vanuit dat een zorgvraag zelden op zichzelf staat, maar eerder een combinatie van zorgvragen betreft. Herstel van een gezonde conditie vraagt volgens (Marjory) Gordon dan ook om een volledige aanpak van zorgvragen.

(Dorothea) Orem gaat ervan uit dat de mate van gezondheid bepaald wordt door de mate waarin de patiënt zelf zorg kan dragen voor zijn algehele functioneren. Herstel van een gezonde conditie vraagt volgens (Dorothea) Orem dan ook om herstel van de mate van zelfstandigheid.

Wijze van gebruik

SAMPC richt zich op de praktische kant van de zorg: Wat moet er concreet gedaan worden om de patiënt in goede conditie te krijgen? De SAMPC leent zich daarom goed als aanvulling op de Gordon, Nanda of Orem.

 

Elke categorie van SAMPC kent zijn eigen serie vragen om door te nemen tijdens een anamnese. Bij deze per categorie enkele voorbeeldvragen. Bij de SAMPC vragen heeft de verpleegkundige de vrijheid om naast het antwoord van de patiënt ook zijn/haar eigen interpretatie/impressie te beschrijven.
(Zie praktijkvoorbeeld)

Somatiek
– Heeft u te lijden onder een (chronische-) ziekte?
– Welke medicatie gebruikt u?
– Leeft u op dit moment volgens een dieet?
– Hoe beoordeelt u uw eigen lichamelijke conditie?

ADL
– Beschrijf de uitstraling, houding, attitude, uiterlijk van de patiënt.
– Hoe laat bent u gewend om op te staan?
– Heeft u hulp nodig bij het aankleden of wassen.
– Heeft u hulp nodig bij de toiletgang?

Maatschappelijk
– Hoe zag uw gezinssituatie eruit als kind zijnde?
– Waar bent u geboren en opgegroeid?
– Leeft u volgens een geloofsovertuiging?
– Wat is uw woonsituatie thuis?

Psychisch functioneren
– Hoe beschrijft u uw algemene gemoedstoestand?
– Wanneer voelt u zich prettig?
– Kunt u zich makkelijk concentreren?
– Waar raakt u gespannen van?

Communicatie
– Ondervind u zintuigelijke problemen?
– Gebruikt u hulpmiddelen voor uw zintuigelijke problemen?
– Komt u goed uit uw woorden?
– Begrijpt u goed wat ik u vertel?


Voorbeeld

“ Dhr. Kooiman beantwoord netjes alle anamnese-vragen. Wel moet je vragen vaak herhalen omdat dhr. de vraag niet goed verstaat of niet goed lijkt te begrijpen. Dhr. geeft zelf aan geen zintuigelijke problemen te ondervinden in nog gehoor of concentratie. Jouw beleving van de anamnese doet je hier echter aan twijfelen. “

Tijdens de anamense noteer je netjes de antwoorden die dhr. geeft op de anamnese-vragen. Wel voeg je hier je eigen interpretatie van zijn antwoorden aan toe. Je vraagt je namelijk of dhr. mogelijk toch gebaat zou zijn bij zintuigelijke hulpmiddelen zoals een gehoorapparaat. Ook denk je dat het mogelijk waardevol is te verkennen of dhr. niet toch te lijden heeft aan cognitieve problemen.

Zo kan de SAMPC zorgvragen in kaart brengen die de patiënt zelf mogelijk niet ziet.